Testen op hoogbegaafdheid

Wie wil weten of hij hoogbegaafd is, hoeft niet per se direct naar allerlei testen te grijpen. Het is goed om eerst eens te kijken naar bijvoorbeeld de kenmerken die genoemd zijn in kenmerken van hoogbegaafdheid. Dat geeft al een goede indicatie. Mocht er dan nog steeds onduidelijkheid zijn, dan kan een test uitkomst bieden.

Waarom testen?

Wanneer iemand al lang rondloopt met problemen als gevolg van hoogbegaafdheid (zich onbegrepen voelen, geen aansluiting vinden bij de groep, zich anders voelen), dan lijkt het alsof de puzzel eindelijk compleet is wanneer blijkt dat hoogbegaafdheid inderdaad de oorzaak is van dit ‘anders voelen’; alsof er eindelijk een last van de schouders valt.

Ouders kunnen besluiten tot het laten testen van hun kind omdat zij met bepaalde vragen zitten: ‘Mijn kind heeft vage klachten, is er iets mis?’ ‘Mijn kind presteert op school slecht, terwijl het thuis leergierig en enthousiast is, hoe kan dit?’ Dit soort vragen gaan vaak samen met vragen over de sociaal-emotionele ontwikkeling, faalangst en het zelfbeeld van het kind.

Hoe testen?

Als men eenmaal het besluit heeft genomen om tot een test over te gaan, dan dient dit met de nodige zorgvuldigheid te gebeuren. Zo is het onverstandig een test door een bekend persoon te laten uitvoeren; het moet gebeuren door specialisten. Ook is het raadzaam zo vroeg mogelijk – liefst wanneer een kind tussen de vier en negen jaar is – te testen; de resultaten blijken dan het meest betrouwbaar te zijn.

Daarnaast is het goed om niet alleen het IQ te testen; ook het gedrag en de werkhouding van het kind tijdens de test moet geobserveerd worden om een completer beeld te krijgen. Ook de afronding van de test is van groot belang: de resultaten moeten goed worden gerapporteerd, en ook een mondelinge bespreking van de resultaten moet onderdeel zijn van de test. Desnoods moet hiernaar worden gevraagd.

Het spreekt voor zich dat het belangrijk is om gelijk de goede test te pakken te krijgen. Hertesten is niet altijd even gemakkelijk, omdat ze niet altijd in overvloed beschikbaar zijn, er een flinke tijd tussen moet zitten in verband met het herinneren van de vragen (velen hanteren een norm van twee jaar) en omdat de meeste testen leeftijdsgebonden zijn.

Tot slot is het zowel in het belang van de test als in het belang van het kind goed om het kind een veilig gevoel te geven bij de test. Stress is niet nodig, en ‘foute antwoorden’ bestaan niet.