Manische depressiviteit

Een opvallende vorm van depressiviteit is manische depressiviteit, ofwel een bipolaire stemmingsstoornis. Bipolair betekent in dit geval dat er twee uiterste manieren van uiten aan manische depressiviteit zitten: voor een periode van meestal enkele maanden is de patiënt het ene moment zeer somber en teruggetrokken (depressie), en het andere moment juist heel uitbundig en actief (manie). Over de oorzaak is weinig bekend.

Symptomen manische depressiviteit

Manische depressiviteit is veelal erfelijk bepaald. De depressieve vorm komt vaker voor dan de manische vorm. Vanaf het dertigste levensjaar neemt de kans op het krijgen van manische depressies toe; voor het twintigste levensjaar komt het nauwelijks voor. Voor wie het toch op jeugdige leeftijd krijgt, zijn de vooruitzichten minder gunstig.

Zowel tijdens de depressieve als de manische periode kunnen er psychoses optreden, maar niet altijd. De periode tussen een depressie of manie is vaak onzeker; wat heb ik de afgelopen weken gedaan? Wat komt er voor in de plaats?

Tijdens een manische periode doen er zich over het algemeen drie van de volgende symptomen voor:

De klachten zijn zeer variabel en wisselen per persoon; toch is na verloop van tijd over het algemeen een klachtenpatroon te ontdekken dat past bij de patiënt in kwestie.

Behandeling manische depressiviteit

Door de wisselende periodes heeft manische depressiviteit een grote impact op de patiënt en zijn omgeving. Het nodige aanpassingsvermogen is daarbij een vereiste.

Manische depressiviteit is niet te genezen, maar wel goed te behandelen – met name dankzij medicijnen (die overigens niet altijd even goed aanslaan). Nieuwe depressies of manies zijn daardoor soms te voorkomen. Ook is het belangrijk voor de behandeling dat de patiënt en de omgeving de ziekte leren accepteren. Daarnaast is opname in een psychiatrisch ziekenhuis vaak onafwendbaar.

Het gebruik van alcohol of drugs kan de verschijnselen uitlokken of versterken.