Wat is PDD-NOS?

Net als autisme en het syndroom van Asperger is ook PDD-NOS een pervasieve ontwikkelingsstoornis. PDD-NOS is de afkorting van het Engelse Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. Het gaat om kinderen die sociaal wel zwakbegaafd zijn, maar niet zo ernstig als autisten.


Kenmerken van een PDD-NOS’er

PDD-NOS’ers kunnen onderling sterk verschillen in intelligentie, vaardigheden en gedrag. Daardoor kan het gebeuren dat een kind met deze stoornis naar het speciaal onderwijs gaat, of juist op het gymnasium zit. We noemen enkele kenmerken waaraan iemand met PDD-NOS is te herkennen (een aantal hiervan komen overeen met kenmerken van autisme).

  • inleven in een ander is moeilijk
  • omgaan met plotselinge veranderingen is lastig
  • structuur en vaste patronen zijn belangrijk om goed te kunnen functioneren
  • PDD-NOS’ers nemen beeldspraak meestal letterlijk (zodoende vinden ze het vaak ook lastig om grappen te begrijpen)
  • ze hebben vaak grote interesse in een specifiek onderwerp en bijten zich daar in vast (preoccupaties). Een PDD-NOS’er kan bijvoorbeeld alles weten van Formule 1, hij kent alle treintijden uit zijn hoofd of hij weet tot in de puntjes hoe een televisie in elkaar zit. Ze raken hier niet over uitgedacht of uitgesproken, of hun medemens nu interesse toont of niet.
  • Ook komen prikkels, zoals beelden, geluiden of geuren, extra stevig binnen bij iemand met PDD-NOS, terwijl non-verbale communicatie (oogcontact, lichaamshouding) door hen juist amper wordt opgepikt.
  • Verder komt het geregeld voor dat ze koppig en agressief zijn, of zich laten gaan in een driftbui; de oorzaak hiervan is angst, bijvoorbeeld voor iets nieuws dat op komst is.
  • Vaste structuren zijn belangrijk

    Zoals gezegd hebben PDD-NOS’ers vaste structuren en ritmes nodig en vinden zij omgaan met veranderingen moeilijk. Daarom ervaren zij de overgang van de basisschool (overigens wordt rond die tijd de stoornis meestal vastgesteld) naar de middelbare school als een ramp. Een nieuwe omgeving, onbekende mensen, voor elk vak een andere docent en een ander lokaal – erg verwarrend allemaal.

    Deze tijd – de puberteit – is ook belangrijk omdat juist dan een PDD-NOS’er zijn stoornis leert verwoorden naar therapeuten en anderen om hem heen; ook beseft hij steeds beter wat er precies aan de hand is. Het is begrijpelijk dat dit besef én het besef dat genezing van PDD-NOS niet mogelijk is, er flink kan inhakken.

    Geschreven door Wilfred Hermans