Wat is Asperger?

Naast autisme en PDD-NOS is het syndroom van Asperger – ook wel het Aspergersyndroom (AS) of kortweg Asperger genoemd – een belangrijke pervasieve ontwikkelingsstoornis; een contactstoornis die aan autisme is verwant. De meest opvallende overeenkomsten tussen iemand met het syndroom van Asperger en een autist zijn de gebrekkige sociale en communicatieve vaardigheden.

Contact leggen door een autist en Asperger

Toch is een Asperger over het algemeen meer geneigd om contacten met anderen te leggen dan een autist – al slaagt dat vaak niet goed; sociale activiteiten kosten hem energie in plaats van dat hij erdoor ontspant. Dit kan angst, stress of onzekerheid opleveren.

Betere taalbeheersing van Asperger

Een AS’er heeft vaak een betere taalbeheersing dan een autist en een normale of zelfs hoge intelligentie. Het IQ van een Asperger is veelal bovengemiddeld, het EQ onder het gemiddelde. Men plaatst het Aspergersyndroom aan de mildere kant van het autisme spectrum; ook wordt een Asperger vaak voor zijn diagnose door zijn omgeving als een normaal persoon beschouwd, zij het als bijvoorbeeld een ietwat wereldvreemd persoon of einzelgänger.

Verdere kenmerken van een Asperger

Verder is er net als bij andere stoornissen uit het autisme spectrum ook bij iemand met Asperger sprake van een onhandige motoriek, gebrek aan inlevingsvermogen (bijvoorbeeld moeite met inschatten wanneer ze in een gesprek moeten spreken en zwijgen), veel vaste gewoontes, voorliefde voor herhalende handelingen, interesses in dingen waar een duidelijk systeem in zit (vaak afwijkend van ‘normale’ interesses; zo kan een Asperger helemaal dol zijn op het verzamelen van ventieldopjes) en volledig op kunnen gaan in een fantasiewereld. Ook kan een Asperger dwangmatig gedrag vertonen, waarbij ze zichzelf niet in de hand hebben; zo kunnen ze uren sleutelen aan apparatuur of zich dagenlang verdiepen in een complex vraagstuk.

Nadelig voor hen is dat ze hierbij het overzicht en een doel missen, waardoor de ze helemaal opgaan in de handeling op zich, vaak zonder het beoogde resultaat te behalen. Anderzijds kan deze gedrevenheid om iets op te lossen of te begrijpen ook leiden tot grote prestaties. Vandaar dat van sommige uitvinders en wetenschappers, zoals Einstein en Newton, wel gedacht wordt dat zij het syndroom van Asperger hadden.

Asperger: de ideale werknemer?

Vergeleken met autisten zijn Aspergers vaak goed in staat hun beperkingen te camoufleren. Combineer dit met het feit dat ze zich volledig kunnen afsluiten van de buitenwereld en zich intensief en perfectionistisch kunnen bezighouden met hun eigen interesses, en je kunt de ideale werknemer aan een Asperger hebben – althans in bepaalde beroepsgroepen. Ook hun normale taalbeheersing maakt dit mogelijk en zorgt ervoor dat ze doorgaans minder opvallen dan iemand met autisme.

Geschreven door Wilfred Hermans