Praktijkverhaal: Omgaan met een autist

Op deze pagina vertelt Wilfred zijn verhaal. Zijn ervaringen met het begeleiden van een autistisch jongetje, genaamd Martijn. Lees hoe de relatie tussen de twee jongens steeds beter wordt. Wilt u ook een verhaal kwijt over uw ervaringen met autisme? Neem dan even contact op, zodat uw verhaal ook geplaatst kan worden.

Het verhaal van autist Martijn en begeleider Wilfred

Hij was veertien en zat stil in een hoek van de kamer. Alleen als het hoognodig was zei hij wat en keek hij me aan, terwijl hij met de handen in zijn schoot gespannen friemelde. Zijn moeder had me gevraagd om haar zoon Martijn wekelijks te begeleiden, zodat er wat rust in het gezin kwam. Martijn heeft namelijk autisme, en dat betekent een flinke extra belasting voor een gezin: alles moet volgens dezelfde structuren gebeuren, en als dat eens mis gaat, raakt Martijn van slag. Hij kan dan heel erg geïrriteerd zijn, zomaar erg boos worden en gaan schelden. Eigenlijk komt dat omdat Martijn bang is voor die plotselinge veranderingen; zijn zekerheden zijn opeens weg, en dus is hij niet meer veilig.

We spraken af om wekelijks te gaan fitnessen. Elke vrijdag om vier uur ’s middags, zodat Martijn wist waar hij op kon rekenen. De dag ervoor zette hij zijn tas al klaar, en om kwart voor vier ging hij elke dag voor het raam zitten wachten op mijn komst. In de weekenden zouden we soms op pad gaan: een stuk fietsen, zwemmen of naar de bioscoop. Dit moesten we ruim op tijd afspreken, anders zou dit spanningen opleveren bij Martijn. Die spanningen hoopte hij op in zijn lichaam, en na verloop van tijd kwam dat eruit door middel van een nacht lang overgeven. Zijn ouders vonden dat heel vervelend, maar er was niks aan te doen. Wel leerde Martijn middels therapie langzamerhand de spanningen te beheersen, door vervelende dingen die gebeurden te relativeren.

Het fitnessen ging steeds beter, en Martijn durfde zich steeds meer te uiten – zowel tegen mij als op sportgebied. Hij ging rechter lopen en straalde meer zelfvertrouwen uit. Ook kwamen er steeds meer gesprekken, soms best persoonlijk; Martijn verklapte mij dat hij wel eens in zichzelf praatte als hij alleen op zijn kamer was. Niemand wist dat, behalve ik. Blijkbaar voelde Martijn zich veilig bij mij, nu we al drie jaar met elkaar op pad gingen.

Aan bepaalde dingen merkte ik goed dat Martijn autisme heeft. Bijvoorbeeld toen hij op zijn nieuwe fiets met mij ging toeren. “Je moet je fiets altijd op slot doen!” had zijn moeder gezegd. Omdat autisten veel woorden letterlijk nemen, zette Martijn zijn fiets óók op slot toen die tijdens een adempauze nog geen twee meter van hem verwijderd was

Ook was het te merken aan het feit dat Martijn elke week over hetzelfde praatte: motorsport. Geen wedstrijd miste hij. En of ik het interessant vond of niet, Martijn praatte toch wel door. Daardoor weet ook ik nu alles van motorsport.

Ik heb een goede tijd met Martijn gehad. We waarderen elkaar om wie we zijn, of we nu autisme hebben, of niet. En dat bevestigden we elke week na het fitnessen op dezelfde manier: twee keer zwaaien.

Geschreven door Wilfred Hermans