ADHD: diagnose stellen

Er wordt wel gezegd dat ADHD een modeziekte is; zodra iemand zich druk gedraagt of snel is afgeleid, dicht men die persoon ADHD toe. Om erachter te komen of een kind ADHD heeft, vindt meestal een gesprek plaats met de ouders en het kind. Er zijn ook diverse bruikbare vragenlijsten of testen – onder andere op internet – waaruit blijkt in hoeverre iemand typische ADHD-symptomen vertoont. Wil je met zekerheid kunnen vaststellen of er sprake is van ADHD, dan is medische en psychosociale deskundigheid een vereiste.

Aandachtspunten bij de ADHD diagnose

Bij het stellen van de diagnose let men over het algemeen op een aantal zaken. Hieronder staan deze zaken opgesomd.

Criteria diagnose ADHD

Twee Amerikaanse ADHD-deskundigen, Dr. Edward M. Hallowell en Dr. John J. Ratey, hebben een lijst samengesteld met criteria die gebruikt kunnen worden om de diagnose ADHD te stellen. De lijst is gebaseerd op grootschalige klinische ervaringen. Tenminste twaalf van deze punten moeten een blijvend probleem zijn.

  1. Steeds het gevoel hebben: “Het lukt me niet.”
  2. Problemen met organiseren van dagelijkse dingen
  3. Ergens niet aan kunnen beginnen / iets niet kunnen afmaken
  4. Uitstelgedrag
  5. Een ‘flapuit’ zijn
  6. Blijvend zoeken naar sterke prikkels
  7. Snel verveeld
  8. Concentratieproblemen
  9. Creatief en hoogbegaafd
  10. Problemen met de geijkte paden (weinig uitdaging)
  11. Ongeduldig en snel geïrriteerd
  12. Impulsief
  13. Eindeloos piekeren
  14. Continu het gevoel dat er iets ergs gaat gebeuren
  15. Stemmingswisselingen en depressies
  16. Rusteloosheid
  17. Gevoelig voor verslavingen
  18. Chronische problemen met gevoel van eigenwaarde
  19. Onnauwkeurige zelfwaarneming: niet kunnen inschatten hoe ze op anderen overkomen.
  20. Een familiegeschiedenis waarin ADHD, depressiviteit, drugs- of alcoholverslaving, dwangmatige handelingen of stemmingswisselingen voorkomen.

Geschreven door Wilfred Hermans